14 apr 2022

Internationale solidariteit, meer dan ooit nodig

Erik Van Mele. 61 jaar, Woont sedert 1990 in Vilvoorde. Gehuwd, 4 kinderen en 3 kleinkinderen. Werkte 5 jaar in Latijns-Amerika en daarna bij Oxfam Solidariteit.

Vrijwilliger bij 11.11.11, medeoprichter van de VRIS in 2002 en voorzitter sedert 2007.

We spraken met Erik Van Mele over internationale solidariteit. Hij studeerde voor landbouwingenieur met de bedoeling om ontwikkelingswerker te worden. Na 1 jaar in Nicaragua en 4 jaar in Ecuador ging hij aan de slag bij Oxfam. Hij woont in Peutie.

 

Erik, je wil de wereld verbeteren.

Ik probeer inderdaad mijn steentje bij te dragen aan een rechtvaardige wereld. Reeds toen ik in Leuven voor landbouwingenieur studeerde, besefte ik dat de honger en de armoede in de wereld niet met louter technische middelen op te lossen zijn. Het gaat over omgaan met macht en het nemen van de juiste politieke beslissingen om onrecht en ongelijkheid aan te pakken. 

 

Hoe ben je dan in Latijns-Amerika terecht gekomen?

Reeds toen ik jong was, kon ik geen onrecht verdragen. Na mijn studies, kon ik via een jongerenuitwisselingsproject een jaar in Nicaragua werken. De enige vereiste was de wil om je in te leven in een andere cultuur. Het werd toevallig Nicaragua in Centraal-Amerika. Ik leerde er Spaans en werkte op en bescheiden manier mee aan de heropbouw van het land waar enkele jaren daarvoor de dictator verdreven was. Terug in België ben ik gehuwd met een verpleegster. Samen vertrokken we voor vier jaar naar Cuenca in Ecuador. Ik werkte met de indiaanse dorpsgemeenschappen om geld los te krijgen voor electrificatie. Met een lokale imker werden jongeren gevormd om zelf bijen te houden en honing te produceren. Met de scholen werkten we aan groententuintjes. De rode draad was het stimuleren van de organisatie van de bevolking om voor haar rechten op te komen. Mijn echtgenote maakte van haar handigheid om truien te breien gebruik om met de vrouwen te praten over gezondheidsproblemen terwijl ze patronen uitwisselden en allemaal bijleerden. Ze werkte ook nauw samen met de bestaande gezondheidscentra die zich vaak moesten behelpen met weinig middelen. We probeerden alle mensen die vanuit verschillende hoeken werkten aan de verbetering van de situatie van de mensen, samen te brengen: geëngageerde leerkrachten, vertegenwoordigers van lokale, nationale en internationale organisaties, zelfs de pastoor. Zo konden we samen met de lokale leiders en leidsters werken en vermeden we om elkaar ongewild in de wielen te rijden en konen samen naar de overheden stappen met voorstellen.

 

Jullie kwamen terug naar België. Waarom?

Van voor ons vertrek was het de bedoeling dat het een tijdelijke ervaring zou zijn. We zagen steeds duidelijker dat de uitdagingen van armoede en onrecht globaal waren en dat de macht om er iets aan te doen vooral in het noorden liggen, ook in Brussel, de hoofdstad van Europa. Met onze ervaring ginder waren we een stuk geloofwaardiger om die analyse te onderbouwen en om ook hier in België ons steentje bij te dragen.

 

Wat zijn de grootste uitdagingen in 2021?

Ze blijven enorm. Er is de voorbije decennia grote vooruitgang geboekt in armoedebestrijding maar de gevolgen van de COVID-19-pandemie dreigen alles teniet te doen. Ongelijkheid is wereldwijd het grootste probleem geworden want het bemoeilijkt de armoedebestrijding. Niet alleen het geld maar ook de macht is meer en meer geconcentreerd.

Er zijn geen kolonies meer maar de economische en culturele kolonisatie gaat nog steeds verder. Handelsrelaties zijn zeer onrechtvaardig. Lokale culturen verschrompelen tot folklore door het massale toerisme dat de ongelijkheid illustreert. Wie kan onbezorgd reizen in deze wereld en wie niet?

Er duikt een boeiend nieuw debat op: de nood aan dekolonisatie van ontwikkelingssamenwerking zelf. Vaak wordt er nog veel te paternalistisch te werk gegaan. Witte gediplomeerde middenklassers die de lokale realiteit amper kennen pretenderen met oplossingen van buitenaf te komen. Ontwikkelingsprojecten kunnen niet gebruikt worden om het economische uitbuitingsmodel te bestendigen. Het is en erg brede thematiek en we moeten niet alleen ons denkkader herzien maar ook ons woordgebruik. Wat is ‘ontwikkeling’? Wie is er ‘ontwikkeld’ en wie niet? Is die ‘samenwerking’ wel reëel? Stellen we de machtsrelaties in vraag die gecreëerd worden door de financiële stromen?

 

Hoe vertaalt dat engagement zich dan in Vilvoorde?

We werden actief in het lokale 11.11.11-comité. Jaarlijks gaan we van deur tot deur om de mensen een bijdrage te vragen. Maar we doen ook voorstellen naar het stadsbestuur en proberen de bevolking te sensibiliseren. Op de jaarlijkse septemberfeesten van Peutie houden we de stand van de Oxfam-Wereldwinkel open. Ik werd een van de medeoprichters van de Vilvoordse Raad voor Internationale Solidariteit - de VRIS - die in 2002, onder impuls van de toenmalige schepen Magda Van Stevens, werd opgericht.

 

Kan je ons wat meer vertellen over de VRIS?

Van bij de start dachten we breder dan de klassieke ontwikkelingssamenwerking die trouwens vandaag steeds meer in vraag wordt gesteld. Internationale solidariteit werd de drijfveer en concrete projecten zijn een startpunt om te werken rond globalisering.

De VRIS werd een erkende adviesraad van het Vilvoordse stadsbestuur. Geïnteresseerde verenigingen en individuele burgers kunnen er lid van worden. Er zijn vandaag zo’n 12 trouwe leden waaronder ook 11.11.11, de wereldwinkel, het Rode Kruis, de werkgroep Broederlijk Delen, AIF en het Huis van de Mens. Zo’n 4 keer per jaar komen we samen en bespreken projectvoorstellen waarover we een advies formuleren. We stellen de leden in staat om hun activiteiten te coördineren. We doen voorstellen aan het stadsbestuur over globale thema’s als vluchtelingen, eerlijke handel en ook klimaat. Elke zes jaar stellen we een memorandum op dat we aan de politieke partijen bezorgen zodat ze onze voorstellen kunnen opnemen in hun programma’s en later in het beleid van de stad. We organiseren zelf activiteiten zoals een debat of een infomoment. 

 

Dus de Stad Vilvoorde geeft subsidies aan projecten in het Zuiden?

Inderdaad. Elke Vilvoordenaar, lokale vereniging of school die contacten heeft met een initiatief in Afrika, Azië of Latijns-Amerika kan een voorstel indienen. Er kan jaarlijks 1.200 euro gegeven worden aan een project. Als er zich een ramp voordoet adviseren we ook over noodhulp. Het subsidiereglement en het formulier staan op de website van de stad.

Wie wil meewerken kan mij contacteren op [email protected]

Reacties

Vennligst sjekk din e-post og klikk på lenken for å bekrefte din nye e-postadresse.
Cookies op groen.be

Groen gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de website goed te laten functioneren. Deze cookies verwerken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.

Als je daarvoor toestemming geeft, maken we ook gebruik van marketingcookies. Die stellen ons in staat om de website beter af te stemmen op jouw voorkeuren.

Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Voorkeuren aanpassen
Alle cookies accepteren