Armoede

Ook in onze stad is het spijtig genoeg een feit dat er veel (verdoken) armoede is. Heel wat van onze bewoners leven en overleven in een kwetsbare sociale en economische situatie.  De steden en gemeenten hebben belangrijke sleutels in handen om armoede structureel terug te dringen. De lokale besturen kunnen de beleidskeuzes  die door hogere overheden worden gemaakt, aangrijpen in hun strijd tegen armoede.

Gezinnen in armoede worden geconfronteerd met problemen op meerdere domeinen tegelijk. Armoede bestrijden vraagt om een integrale en structurele aanpak. Lokaal beleid moet armoede aanpakken op die verschillende beleidsdomeinen.

Concrete voorstellen “Armoede”

  1. Het armoedebeleid van de stad richt zich op een grondrechtenbenadering: een waardig inkomen, waardig werk, een waardige huisvesting. Dit reikt verder dan louter hulpverlening. De hulpverlening moet veel meer focussen op die rechtentoekenning, en niet zozeer op ‘leefstijlprojecten’, die weinig impact hebben zolang mensen in armoede hun grondrechten niet kunnen realiseren. Een maatschappelijk werker zou systematisch kunnen nagaan welke rechten van zijn cliënt nog niet in orde gebracht zijn.
  2. Toegang tot gezondheidszorg: Het stadsbestuur zal actief pleiten om een veralgemeende derdebetalersregeling ingang doen vinden in de eerstelijnszorg. Dringende medische hulp moet toegankelijk zijn. De wijkgezondheidscentra moeten goed ondersteund worden.
  3. Toegang tot digitalisering: De digitale kloof laat zich steeds nadrukkelijker voelen, Kwetsbare gezinnen hebben vaak niet de middelen om een computer of internetaansluiting te betalen. Bovendien kunnen heel wat mensen moeilijk omgaan met het digitaal aanbod, Dit leidt tot nieuwe vormen van uitsluiting. Ook digitale toegang is een grondrecht. We pleiten voor een breed toegankelijk sociaal tarief voor internet, gratis toegang tot wifi op openbare plaatsen, bijkomende investeringen in openbare computerruimtes, laagdrempelige vormingen waar mensen onder begeleiding leren omgaan met internet en digitale toepassingen. Indien diensten digitaal aangeboden worden moet er een fysiek alternatief zijn of moet er begeleiding zijn om van deze diensten gebruik te kunnen maken.
  4. Waardig werk en een waardig inkomen: Om de kloof tussen kwetsbare groepen zoals laaggeschoolden, alleenstaande moeders, mensen met een migratieachtergrond, e.a. en de arbeidsmarkt te verkleinen, moet er geïnvesteerd worden in de lokale diensteneconomie, economie en wijk-werken, werkervaringsprojecten, taalopleidingen, stages, artikel 60, etc. Het uitbestedingsbeleid van de stad moet een sociale clausule hanteren.
  5. Energiearmoede: Gezinnen in armoede leven in energiearmoede. Vooral alleenstaanden en eenoudergezinnen moeten hierin gesteund worden. De stad begeleidt kwetsbare huishoudens om de complexe energiefacturen op te volgen; hun energiekosten te monitoren, hun betalingsachterstand onder controle te houden en leveranciers te vergelijken.
  6. Mobiliteit: Goed openbaar vervoer is cruciaal voor mensen in armoede en moet ook betaalbaar zijn. Basisbereikbaarheid moet een basisprincipe zijn van het mobiliteitsbeleid.
  7. De toegankelijkheid van het aanbod voor kinderopvang en van rusthuizen moet bewaakt worden.
  8. Participatie aan cultuur, vrije tijd, sport, jeugdactibiteiten: Het aanbod voor de toegang via vrijetijdspas voor kinderen vergroten. Cultuurparticipatie en sport met een gelijkaardige vrijetijdspas voor volwassenen creëren met de nodige communicatie daaromtrent.
  9. Onderwijs: Het  lokale bestuur kan helpen om de kosten in het onderwijs te beheersen. Ouderparticipatie moet gestimuleerd worden en preventie van schooluitval en spijbelen ondersteund via brugfiguren die de kloof tussen een kwetsbaar gezin en de school helpen overbruggen. Het lokale bestuur kan ook het aanbod van Centra voor Volwassenonderwijs en Centra voor Basiseducatie toegankelijke maken en extra middelen voorzien vooral voor taallessen en lessen over toegang tot digitale toepassingen.
  10. Verenigingen waar armen het woord nemen kunnen een belangrijke rol spelen om ervoor te zorgen dat de verkozenen voeling hebben met de problemen waar mensen in armoede mee te maken hebben. Ze hebben inzicht in armoede en een signaalfunctie. I,spraak en participatie zijn essentieel voor de waardigheid van armen.
  11. Amoedetoets: Op elke beleidsbeslissing over sociale diensten en dienstverlening van de stad wordt een ‘armoedetoets’ toegepast. Drempels  in sociale diensten moeten weggewerkt worden. Zichtbare drempels, zoals bereikbaarheid, openingsuren en onthaal, maar ook onzichtbare drempels, die wij door onze middenklasse-bril niet zien. Daarvoor moeten mensen in armoede bij zoveel mogelijk beleidsbeslissingen bevraagd worden.
  12. De Stad zal haar beleid richten op kwetsbare groepen inzake gemeentebelastingen, leefloon, geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie, toekennen referentieadres, aanvullende steun via premies, toelagen en tussenkomsten, voldoende. De toekenning moet zo eenvoudig mogelijk zijn.
  13. De inkanteling van OCMW in de gemeenten moet gepaard gaan met een budgettaire garantie voor het sociale beleid in Vilvoorde. Besparingen die door efficiëntie gerealiseerd worden, moeten geherinvesteerd worden in sociaal beleid.

Ook in onze stad is het spijtig genoeg een feit dat er veel (verdoken) armoede is. Heel wat van onze bewoners leven en overleven in een kwetsbare sociale en economische situatie.  De steden en gemeenten hebben belangrijke sleutels in handen om armoede structureel terug te dringen. De lokale besturen kunnen de beleidskeuzes  die door hogere overheden worden gemaakt, aangrijpen in hun strijd tegen armoede.

Gezinnen in armoede worden geconfronteerd met problemen op meerdere domeinen tegelijk. Armoede bestrijden vraagt om een integrale en structurele aanpak. Lokaal beleid moet armoede aanpakken op die verschillende beleidsdomeinen.

Concrete voorstellen “Armoede”

  1. Het armoedebeleid van de stad richt zich op een grondrechtenbenadering: een waardig inkomen, waardig werk, een waardige huisvesting. Dit reikt verder dan louter hulpverlening. De hulpverlening moet veel meer focussen op die rechtentoekenning, en niet zozeer op ‘leefstijlprojecten’, die weinig impact hebben zolang mensen in armoede hun grondrechten niet kunnen realiseren. Een maatschappelijk werker zou systematisch kunnen nagaan welke rechten van zijn cliënt nog niet in orde gebracht zijn.
  2. Toegang tot gezondheidszorg: Het stadsbestuur zal actief pleiten om een veralgemeende derdebetalersregeling ingang doen vinden in de eerstelijnszorg. Dringende medische hulp moet toegankelijk zijn. De wijkgezondheidscentra moeten goed ondersteund worden.
  3. Toegang tot digitalisering: De digitale kloof laat zich steeds nadrukkelijker voelen, Kwetsbare gezinnen hebben vaak niet de middelen om een computer of internetaansluiting te betalen. Bovendien kunnen heel wat mensen moeilijk omgaan met het digitaal aanbod, Dit leidt tot nieuwe vormen van uitsluiting. Ook digitale toegang is een grondrecht. We pleiten voor een breed toegankelijk sociaal tarief voor internet, gratis toegang tot wifi op openbare plaatsen, bijkomende investeringen in openbare computerruimtes, laagdrempelige vormingen waar mensen onder begeleiding leren omgaan met internet en digitale toepassingen. Indien diensten digitaal aangeboden worden moet er een fysiek alternatief zijn of moet er begeleiding zijn om van deze diensten gebruik te kunnen maken.
  4. Waardig werk en een waardig inkomen: Om de kloof tussen kwetsbare groepen zoals laaggeschoolden, alleenstaande moeders, mensen met een migratieachtergrond, e.a. en de arbeidsmarkt te verkleinen, moet er geïnvesteerd worden in de lokale diensteneconomie, economie en wijk-werken, werkervaringsprojecten, taalopleidingen, stages, artikel 60, etc. Het uitbestedingsbeleid van de stad moet een sociale clausule hanteren.
  5. Energiearmoede: Gezinnen in armoede leven in energiearmoede. Vooral alleenstaanden en eenoudergezinnen moeten hierin gesteund worden. De stad begeleidt kwetsbare huishoudens om de complexe energiefacturen op te volgen; hun energiekosten te monitoren, hun betalingsachterstand onder controle te houden en leveranciers te vergelijken.
  6. Mobiliteit: Goed openbaar vervoer is cruciaal voor mensen in armoede en moet ook betaalbaar zijn. Basisbereikbaarheid moet een basisprincipe zijn van het mobiliteitsbeleid.
  7. De toegankelijkheid van het aanbod voor kinderopvang en van rusthuizen moet bewaakt worden.
  8. Participatie aan cultuur, vrije tijd, sport, jeugdactibiteiten: Het aanbod voor de toegang via vrijetijdspas voor kinderen vergroten. Cultuurparticipatie en sport met een gelijkaardige vrijetijdspas voor volwassenen creëren met de nodige communicatie daaromtrent.
  9. Onderwijs: Het  lokale bestuur kan helpen om de kosten in het onderwijs te beheersen. Ouderparticipatie moet gestimuleerd worden en preventie van schooluitval en spijbelen ondersteund via brugfiguren die de kloof tussen een kwetsbaar gezin en de school helpen overbruggen. Het lokale bestuur kan ook het aanbod van Centra voor Volwassenonderwijs en Centra voor Basiseducatie toegankelijke maken en extra middelen voorzien vooral voor taallessen en lessen over toegang tot digitale toepassingen.
  10. Verenigingen waar armen het woord nemen kunnen een belangrijke rol spelen om ervoor te zorgen dat de verkozenen voeling hebben met de problemen waar mensen in armoede mee te maken hebben. Ze hebben inzicht in armoede en een signaalfunctie. I,spraak en participatie zijn essentieel voor de waardigheid van armen.
  11. Amoedetoets: Op elke beleidsbeslissing over sociale diensten en dienstverlening van de stad wordt een ‘armoedetoets’ toegepast. Drempels  in sociale diensten moeten weggewerkt worden. Zichtbare drempels, zoals bereikbaarheid, openingsuren en onthaal, maar ook onzichtbare drempels, die wij door onze middenklasse-bril niet zien. Daarvoor moeten mensen in armoede bij zoveel mogelijk beleidsbeslissingen bevraagd worden.
  12. De Stad zal haar beleid richten op kwetsbare groepen inzake gemeentebelastingen, leefloon, geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie, toekennen referentieadres, aanvullende steun via premies, toelagen en tussenkomsten, voldoende. De toekenning moet zo eenvoudig mogelijk zijn.
  13. De inkanteling van OCMW in de gemeenten moet gepaard gaan met een budgettaire garantie voor het sociale beleid in Vilvoorde. Besparingen die door efficiëntie gerealiseerd worden, moeten geherinvesteerd worden in sociaal beleid.